Hymnen index
Qolo Haw dnurone (Mimro dmor Ya'qub):
|
Degene voor wie de engelen beducht zijn om Hem te aanschouwen; zie ik in de gedaante van brood en wijn op tafel.
Wanneer degene die bedekt zijn met bliksems Hem aanschouwen, worden ze door Hem verzengd; maar het gezicht van de gehate stof wordt helder wanneer het Hem nuttigt.
De geheimenissen van de Zoon zijn vuur voor de hemellingen; ook Jesaja, die hen gezien heeft, legt daar voor ons getuigenis af.
Deze geheimen die verbleven in de schoot van de Godheid; worden uitgedeeld aan de Tafel aan de kinderen van Adam.
Het altaar staat zoals de wagen van de Cherubijnen; en is omgeven door de krachten van de hemellingen.
Zie op de Tafel is geplaatst het Lichaam van de Zoon van God; en de kinderen van Adam dragen Hem rond in hun handen.
In plaats van een man die gekleed is met fijne linnen staat de priester; die edelstenen uitbrengt over de behoeftigen.
Had er afgunst bestaan onder de engelen; dan waren de Cherubijnen nabij geweest om de mensen te benijden.
Waar Sion het hout geplant heeft om de Zoon te kruisigen; daar is ontsproten de boom die het Lam voortgebracht heeft.
Waar de spijkers werden genageld in de handen van de Zoon; daar ook werd opnieuw het offer van Izaak opgedragen.
Kom in vrede priester die draagt de geheimenissen; en met zijn rechterhand levens uitdeelt aan de mensen.
Kom in vrede priester die draagt het zuivere wierookvat; en die de welriekende geur verspreidt over het hele volk.
Kom in vrede priester die in overvloed de heilige Geest aanwezig laat zijn; en met zijn tong draagt hij de sleutels van het Huis van God.
Kom in vrede priester die hier beneden de mensen hun zonden laat behouden; en de Heer in den hoge, Hij laat ook hen hun zonden behouden, halleluja.
Kom in vrede priester die de mensen op aarde vergeeft; en de Heer in den hoge, Hij zou hen vergeven, kyrieleison.
Eer zijt de Heer, over u zijt ontferming en voor mij vergeving; en ter gedachtenis aan kerkleraar St. Jakob. |
|
Haw dnurone zo'in mene danhurun be; blahmo u hamro le hu hozeth 'al fothuro.
'Tifay barqe en hozen le yoqdin mene; u 'afro shito galyon afauw kad ogel le.
Rozau dabro nuro enun beth 'eloye; u sohed 'aman of Esha'yo dahzo enun.
Holen roze dith hwo b'obo dAlohutho; 'al fothuro ho methfalgin lyaldau dOdom.
Mathqan madebho ag markabtho hoy dakrube; wakrigin le haylawotho dashmayone.
'Al fothuro ho sim fagre dbar Aloho; wamzayhin le yaldau dOdom 'al idayhun.
Wahlof gabro dalbish buso kohno qoyem; dnafeq nedre margonyotho 'al hasire.
Elu ith hwo hsomo tamon beynoth 'ire; krube lmehsam babnaynosho qarbin hwaw.
Ayko dsehyun qeb'ath qayso teslub labro; tamon yi'o haw ilono dawled emro.
Ayko dsese bidauw dabro ethqaba' haw; of tamon tub fkorau dIshok ethqarab haw.
To bashlomo kohno dat'in rozay more; wamyamine haye mfaleg labnaynosho.
To bashlomo kohno dat'in firmo dagyo; u ma'tar rihe wambasem le l 'olmo mene.
To bashlomo kohno drabyath ruho dqudsho; wableshone t'in laqlide dbeth Aloho.
To bashlomo kohno dosar nosho b'umqo; u Moryo brauwmo hu osar le halleluja.
To bashlomo kohno dshore nosho bar'o; u Moryo brauwmo hu shore le quryeleison.
LMoryo shubho 'laykun rahme uli husoyo walmor Ya'qub haw malfono nhe dugrono.